ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen afwijzing functieonderhoud wijkagent
Appellant, werkzaam als wijkagent, diende een verzoek tot functieonderhoud in dat bij besluit werd afgewezen. Na handhaving van deze afwijzing op bezwaar, stelde appellant beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure nam de korpschef een nieuw besluit waarbij appellant met terugwerkende kracht werd bevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en kende appellant proceskosten toe. Appellant stelde hoger beroep in tegen de omvang van deze proceskostenvergoeding, stellende dat ook kosten van de bezwaarprocedure en de afgezegde zitting vergoed moesten worden.
De Raad oordeelde dat vergoeding van kosten in de bezwaarfase alleen mogelijk is indien het besluit is herroepen wegens aan de korpschef te wijten onrechtmatigheid, wat hier niet het geval was. Het nieuwe besluit met dezelfde rechtsgevolgen was onvoldoende om onrechtmatigheid aan te nemen. Tevens voorziet het Besluit proceskosten niet in vergoeding van kosten voor een niet doorgegaan zitting.
Daarom wees de Raad het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank zonder toekenning van extra proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder toekenning van extra proceskostenvergoeding.