ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9316
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van de Griend
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Herstelbestemming nieuw besluit na onvoldoende motivering causaliteit psychische klachten vervolging
Appellant, geboren in 1936, vroeg in november 2007 erkenning als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Na afwijzing en bezwaar werd het beroep gegrond verklaard door de Raad, die verweerder opdroeg een nieuw besluit te nemen. Verweerder nam echter op 29 december 2011 opnieuw een besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De Raad oordeelt dat verweerder in strijd met de goede procesorde rechtstreeks contact heeft gezocht met de deskundige, waardoor diens nadere beschouwingen niet als geldig bewijs kunnen gelden. Daarnaast heeft verweerder de door de Raad vastgestelde causaliteit tussen de absences van appellant en de vervolging genegeerd, wat strijdig is met de gegeven opdracht en artikel 8:72, vierde lid, Awb.
De Raad benadrukt dat het eerdere oordeel bindend en onherroepelijk is en dat het ontbreken van een deugdelijke motivering in het bestreden besluit leidt tot vernietiging. Verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden het gebrek te herstellen en opnieuw op het bezwaar te beslissen uitgaande van het bestaan van de causaliteit.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de vastgestelde causaliteit.