ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3050
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over toekenning periodieke uitkering op grond van Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellant, geboren in 1941 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg in 2007 een periodieke uitkering aan op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerster erkende hem als oorlogsslachtoffer maar wees een uitkering af omdat het oorlogsletsel niet tot arbeidsongeschiktheid zou leiden. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit.
De Raad onderzocht de medische adviezen van Van der Molen en Textor, die een psychische invaliditeit van 25% vaststelden en stelden dat slechts een derde van de psychische klachten aan oorlogservaringen kon worden toegeschreven. De Raad oordeelde echter dat de motivering voor deze toeschrijving onvoldoende was, vooral omdat niet duidelijk werd waarom de naoorlogse gebeurtenissen zwaarder zouden wegen dan de oorlogservaringen.
De Raad concludeerde dat een toeschrijving van de helft van de psychische problemen aan de oorlogservaringen wel standhoudt bij rechterlijke toetsing. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en verweerster werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerster veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een toerekening van ten minste de helft van de psychische klachten aan de oorlogservaringen.