ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke grondslag aftrekregel bovengebruikelijke zorg bij kinderen in AWBZ-indicatie
Betrokkene, een kind met het syndroom van Down en een aangeboren hartafwijking, had een indicatie voor AWBZ-zorg gekregen. Appellante stelde bij een heroverweging dat een uur per etmaal zorg vanwege bovengebruikelijke zorg moest worden afgetrokken, wat werd bekrachtigd in het bestreden besluit.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de aftrekregel niet strookte met artikel 6, tweede lid, van de AWBZ en geen wettelijke basis had in het Besluit zorgaanspraken AWBZ of de Regeling zorgaanspraken AWBZ. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling en stelt dat de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2010 geen algemeen verbindend voorschrift zijn en geen beperking van aanspraken mogen bevatten.
De Raad benadrukt dat de gebruikelijke zorg reeds rekening houdt met een bandbreedte binnen het normale ontwikkelingsprofiel en dat de aftrekregel een onwettige beperking van de aanspraak inhoudt. De Raad draagt appellante op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen conform deze overwegingen.
De uitspraak bevestigt het belang van een wettelijke grondslag voor beperkingen in zorgindicaties en benadrukt de beperkte reikwijdte van beleidsregels ten aanzien van de werkwijze van indicatieorganen.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de aftrekregel voor bovengebruikelijke zorg geen wettelijke grondslag heeft en draagt appellante op een nieuw besluit te nemen zonder deze aftrekregel toe te passen.