ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontslag op grond van ongeschiktheid en rechtsgevolgen van herstelbesluit
Betrokkene was sinds 2002 werkzaam als personeelsmanagementadviseur (pma) bij de politieregio Amsterdam-Amstelland. Wegens functionerenproblemen werd zij per 1 april 2010 geplaatst bij een andere dienst en per 1 december 2010 aangesteld als medewerker informatievoorziening met een lagere salarisschaal. Tegelijkertijd werd zij ontslagen uit haar functie van pma op grond van een verondersteld ontslagverzoek, wat later door de rechtbank werd vernietigd omdat een ondubbelzinnige wilsuiting ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het ontslagbesluit niet op een deugdelijke grondslag berustte en droeg de korpschef op een nieuw besluit te nemen. De korpschef verleende vervolgens eervol ontslag wegens ongeschiktheid voor het ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Betrokkene stelde dat dit misbruik van bevoegdheid was en dat sprake was van een verboden reformatio in peius.
De Raad oordeelde dat het herstellen van de fout door het nieuwe ontslagbesluit geen misbruik van bevoegdheid vormde, temeer daar de ongeschiktheid tussen partijen vaststond. Ook was geen sprake van een ongunstigere situatie voor betrokkene dan voorheen. Het hoger beroep van beide partijen werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad wees tevens een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het eerdere ontslagbesluit werd vernietigd, maar het latere ontslag wegens ongeschiktheid werd gegrond verklaard.