ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.S. van der Kolk
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Geen toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na toekenning WAO-uitkering
Appellant meldde zich ziek in 1999 en vroeg in 2003 een WAO-uitkering aan, die in 2008 werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% per 19 september 2002. In 2008 meldde appellant toegenomen arbeidsongeschiktheid, maar het UWV stelde bij besluit van 14 juli 2010 dat hiervan geen sprake was, gesteund op een rapport van een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank benoemde een deskundige, S. Knepper, die beperkingen vaststelde maar concludeerde dat de gezondheidstoestand sinds 2000 niet wezenlijk was veranderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat psychische beperkingen waren toegenomen, onderbouwd met een psychiatrisch rapport uit 2012.
De Raad oordeelde dat het UWV in hoger beroep de beperkingen adequaat had onderzocht en een gewijzigde motivering had gegeven, waardoor het bestreden besluit vernietigd moest worden. Uit de functionele mogelijkhedenlijsten en arbeidskundige beoordeling bleek dat ondanks toegenomen beperkingen voldoende functies beschikbaar waren, zodat geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na toekenning.
De Raad handhaafde daarom de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit, wees het verzoek tot schadevergoeding af en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Centrale Raad van Beroep op 3 mei 2013.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat geen toegenomen arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.