ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over anticumulatie en sociaal loon bij mededirecteur aannemingsbedrijf
Appellant, mededirecteur en mede-aandeelhouder van een aannemingsbedrijf, ontving een WAZ-uitkering die door het UWV werd stopgezet wegens verworven inkomsten. Het UWV rekende het door appellant als sociaal loon opgegeven deel van zijn inkomsten volledig aan als inkomsten uit arbeid, mede gegrond op vaste rechtspraak over directeur-grootaandeelhouders.
De rechtbank stelde zich op het standpunt dat appellant als directeur-grootaandeelhouder invloed heeft op zijn loon en dat sociaal loon niet van toepassing is. Appellant stelde in hoger beroep dat hij slechts mededirecteur is met beperkte invloed op zijn salaris, dat gezamenlijk met zijn vier broers als mede-aandeelhouders wordt vastgesteld, en dat het sociaal loon deels als inkomsten uit vermogen moet worden beschouwd.
De Raad oordeelt dat de situatie van appellant niet gelijk is aan die van een grootaandeelhouder die zijn loon zelf bepaalt. Daarom is het standpunt van het UWV niet voldoende gemotiveerd en moet het UWV nader onderzoek doen naar de waarde van de arbeidsprestatie en de juiste kwalificatie van het sociaal loon. De Raad draagt het UWV op het besluit binnen zes weken te herstellen.
Deze tussenuitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van de feitelijke situatie bij de toepassing van artikel 58 WAZ Pro en het onderscheid tussen sociaal loon en inkomsten uit arbeid bij mededirecteuren met beperkte zeggenschap.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen en nader onderzoek te doen naar de waarde van de arbeidsprestatie en de kwalificatie van het sociaal loon.