ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht wegens vermoedens dat hij meer werkte dan opgegeven en als zelfstandige actief was. De sociale recherche stelde vast dat appellant onjuiste en tegenstrijdige informatie gaf over zijn werkzaamheden en inkomsten, waaronder niet gemelde geldstromen via money transfers.
Het college trok de bijstand over de periode van 1 maart 2007 tot en met 31 maart 2008 in en vorderde de gemaakte kosten terug. Tevens werd de bijstand met 40% verlaagd wegens recidive. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door onvolledige en onjuiste informatie te verstrekken, waardoor het recht op bijstand niet vastgesteld kon worden. De opgegeven uren en inkomsten kwamen niet overeen met de feiten en bankgegevens. De Raad vond het college bevoegd de bijstand in te trekken, terug te vorderen en te verlagen, en wees de bezwaren van appellant af.
De uitspraak bevestigt het belang van volledige en juiste informatieverstrekking bij bijstandsverlening en onderstreept de gevolgen van schending van de inlichtingenplicht, inclusief terugvordering en verlaging van bijstand.
Uitkomst: De intrekking, terugvordering en verlaging van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.