ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering te beëindigen op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Hij stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen, waaronder obstructieve longziekte, hartklachten, maagklachten en diabetes.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was. De bezwaarverzekeringsarts had voldoende gemotiveerd dat appellant in staat was passende arbeid te verrichten zonder urenbeperking. Ook de aanvullende medische gegevens van appellant boden geen aanleiding tot twijfel over zijn belastbaarheid.
De Raad bevestigde deze beoordeling en stelde vast dat het arbeidskundige rapport een toereikende en inzichtelijke toelichting gaf op de geduide functies. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.