ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening bij nabetaling overwerk en niet opgenomen vakantiedagen
Appellant, een ambtenaar bij de gemeente Weesp, werd ontslagen per 1 juni 2008. Het college stelde bij besluit de hoogte van het dagloon vast zonder de in juni 2008 gedane nabetalingen voor overwerk en niet opgenomen vakantiedagen mee te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat nabetalingen die na de referteperiode worden uitbetaald niet tot het dagloon behoren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de nabetalingen wel aan mei 2008 waren toegerekend en dat deze onterecht niet vóór het einde van het dienstverband waren betaald, waardoor de nabetalingen vorderbaar maar niet inbaar waren in de referteperiode. Het college stelde dat de eindafrekening altijd na het dienstverband plaatsvindt, waardoor geen sprake is van vorderbaar loon in de referteperiode.
De Raad oordeelde dat op grond van de CAR/UWO de vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen en overwerk pas na het einde van het dienstverband wordt uitgekeerd. Hierdoor waren deze nabetalingen niet vorderbaar in de referteperiode. Het hoger beroep werd verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat nabetalingen na de referteperiode niet tot het dagloon behoren.