ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door woningvermogen en onvoldoende bewijs schulden
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na onderzoek bleek dat zij een woning in Turkije bezaten met een waarde die het vrij te laten vermogen overschreed. Het college trok daarom de bijstand in.
Appellanten stelden dat zij niet over het geleende bedrag van TL 50.000 konden beschikken en dat zij schulden hadden bij familieleden. Zij voerden aan dat deze leningen niet schriftelijk waren vastgelegd vanwege analfabetisme en culturele tradities.
De rechtbank oordeelde dat appellanten onvoldoende bewijs hadden geleverd voor het niet-beschikken over het geleende bedrag en voor de terugbetalingsverplichtingen van de schulden. De Raad onderschreef dit oordeel en bevestigde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat het geleende bedrag was besteed aan onderhoud en levensonderhoud.
De Raad concludeerde dat het vermogen van appellanten de vermogensgrens overschreed en dat de gestelde schulden niet konden worden meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege overschrijding van de vermogensgrens en onvoldoende bewijs van schulden.