ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand over de periode van maart 1999 tot juli 2008 en vanaf oktober 2008 volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een onderzoek naar het bezit van 23 voertuigen op haar naam tussen 2001 en 2010 stelde de Sociale Recherche Roermond vast dat appellante vanaf januari 2004 inkomsten ontving uit handel in speelgoed. Appellante heeft echter nagelaten deze inkomsten te melden, wat een schending van haar inlichtingenverplichting opleverde.
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond trok de bijstand over diverse perioden in en vorderde de gemaakte kosten van in totaal € 70.897,36 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. Appellante stelde dat het recht op bijstand wel vastgesteld kon worden aan de hand van bankafschriften met bijschrijvingen en kasstortingen gerelateerd aan haar speelgoedhandel.
De Centrale Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht had op bijstand over de betwiste perioden. De bankafschriften en kasstortingen gaven geen volledig beeld van haar inkomsten, mede omdat zij geen deugdelijke administratie kon overleggen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en is de intrekking en terugvordering terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.