ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde WAZ-uitkering ondanks beperkte werkzaamheden windmolen
Appellant was zelfstandig akkerbouwer en arbeidsongeschikt sinds 1993, met een WAZ-uitkering vanaf 1998. Hij exploiteerde sinds 1996 een windmolen in een vennootschap onder firma, later omgezet in een commanditaire vennootschap waarin hij stille vennoot was. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was in 2007-2008 en stelde de WAZ-uitkering per 1 januari 2008 op nihil.
Appellant voerde aan in 2008 geheel geen arbeid te hebben verricht vanwege toegenomen arbeidsongeschiktheid, verwijzend naar een medisch besluit dat zijn uitkering verhoogde. Het UWV stelde dat op grond van een medisch verslag met een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) appellant wel beperkte werkzaamheden kon verrichten, maximaal 20 uur per week.
De rechtbank oordeelde dat de geringe omvang van de werkzaamheden niet beslissend is voor het kwalificeren van inkomsten als arbeidsinkomsten en dat appellant wel feitelijke handelingen verrichtte. De Centrale Raad onderschreef dit oordeel en wees erop dat verklaringen van appellant en een medevennoot over het niet verrichten van werkzaamheden onvoldoende bewijs vormen tegen de medische en fiscale gegevens.
De Raad bevestigde dat de terugvordering van de teveel betaalde WAZ-uitkering terecht is en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de teveel betaalde WAZ-uitkering blijft in stand.