ECLI:NL:CRVB:2013:CA0038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.J.W. Schoor
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring deed appellante verzet.
Zij voerde aan dat zij door foutieve inhoudingen op haar IVA-uitkering en executoriaal derdenbeslag financieel niet in staat was het griffierecht te betalen. Tevens verwees zij naar een psychiatrisch rapport ter onderbouwing van haar gezondheidsproblemen die haar verhinderden het verzuim tijdig te herstellen.
De Raad overwoog dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald en dat appellante pas in het verzet, dus na die termijn, een beroep op financieel onvermogen deed. Ook was er geen verzoek om uitstel van betaling binnen de termijn gedaan. Het psychiatrisch rapport dateerde van ruim twee jaar eerder en bevatte geen relevante gegevens voor de periode van het verzuim.
Daarom kon het verzuim niet aan appellante worden tegengeworpen. Het verzet werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan appellante opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.