ECLI:NL:CRVB:2013:CA0044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-pensioen wegens ontbreken verzekering in Nederland
Appellant, geboren in 1946, verzocht in oktober 2009 om een AOW-pensioen toe te kennen. Hij gaf aan tussen 1974 en 1975 in Nederland te hebben gewerkt bij verschillende werkgevers. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde het pensioen toe te kennen omdat niet was gebleken dat appellant verzekerd was voor de AOW.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de Svb voldoende onderzoek had gedaan, waaronder navraag bij bevolkings- en schakelregisters, werkgevers en pensioenfondsen, zonder dat appellant aannemelijk kon maken dat hij verzekerd was geweest.
In hoger beroep stelde appellant wederom dat hij recht had op AOW, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Zonder concrete gegevens die verzekering aantonen, kon het beroep niet slagen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de AOW-toekenning wordt bevestigd.