ECLI:NL:CRVB:2013:CA0070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin terugvordering van bijstand werd vastgesteld over diverse periodes. Het bezwaar werd echter niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Appellant stelde dat de besluiten van 24 oktober 2001 en 3 juli 2007 hem nooit op de juiste wijze hadden bereikt, waardoor de bezwaartermijn niet was gestart.
De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat deze besluiten daadwerkelijk op het juiste adres en tijdstip waren verzonden, mede omdat geen deugdelijke verzendadministratie was overgelegd. Ook was niet gebleken dat appellant door een ander besluit voldoende op de hoogte was gesteld. Hierdoor kon de termijn voor het indienen van bezwaar niet worden aangenomen als gestart.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom de uitspraak en het bestreden besluit voor zover het de besluiten van 2001 en 2007 betreft. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten van 24 oktober 2001 en 3 juli 2007 is ontvankelijk verklaard en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.