ECLI:NL:CRVB:2013:CA0071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens onvoldoende onderbouwing noodzaak verhuizing
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een verhuizing en huisraad, welke door het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage zijn afgewezen wegens het ontbreken van noodzakelijkheid en bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet heeft voldaan aan de bewijsverplichting om de noodzaak van de verhuizing aannemelijk te maken. Ondanks de stellingen over bedreigingen en brandstichting, werden geen objectieve en verifieerbare gegevens zoals politieaangiften, verhuisadviezen of medische verklaringen overgelegd. Ook het argument dat de woning verwaarloosd was, is onvoldoende om de noodzaak aan te nemen.
De Raad bevestigt dat de kosten van de verhuizing zich wel voordoen, maar dat deze niet noodzakelijk zijn in de zin van artikel 35, eerste lid, WWB. Het college heeft terecht de aanvraag afgewezen en de Raad wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak van verhuizing.