ECLI:NL:CRVB:2009:BH2282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens onvoldoende motivering
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van herinrichting van zijn woning, waaronder vervanging van een bankstel, vinyl, een ledikant en twee tienerbedden. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af, stellende dat appellant had kunnen reserveren voor deze vervangingen omdat deze voorzienbaar waren en er geen bijzondere omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij niet had kunnen reserveren. De Raad overwoog dat de kosten noodzakelijk waren en zich voordeden, maar dat het geschil ging om de vraag of deze voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden.
De Raad constateerde dat appellant onvoldoende concrete gegevens had aangeleverd om aan te tonen dat reservering niet mogelijk was. Desondanks oordeelde de Raad dat het College een buitenwettelijk beleid hanteert waarbij bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening wordt verstrekt indien een lening bij de Kredietbank Rotterdam niet mogelijk is. Het College had echter niet gemotiveerd waarom appellant niet voor deze regeling in aanmerking kwam.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het College Rotterdam wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.