ECLI:NL:CRVB:2013:CA0077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over mate van arbeidsongeschiktheid en vervolguitkering WIA
Appellant heeft tegen het besluit van het UWV, waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45,07% en hij werd ingedeeld in de klasse van 45 tot 55%, beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en er geen aanwijzingen waren dat de conclusies onjuist waren. Ook was niet gebleken dat de voorgehouden functies ongeschikt waren.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn cognitieve beperkingen onvoldoende waren onderkend, verwijzend naar een neuropsychologisch onderzoek uit 2006 en medische rapporten. Hij vond dat nader onderzoek noodzakelijk was. De Raad oordeelde dat het UWV op goede gronden had afgezien van aanvullend neuropsychologisch onderzoek, omdat er geen geobjectiveerde aanwijzingen waren en de verzekeringsarts tijdens het spreekuur geen concentratie- of geheugenverlies constateerde.
De Raad volgde de rechtbank ook in het oordeel dat de voorgehouden functies medisch geschikt waren voor appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% heeft en wijst het hoger beroep af.