ECLI:NL:CRVB:2013:CA0096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 18 maart 2010 geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant in staat was om de geselecteerde functies te vervullen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn enkelklachten, pols- en bovenarmbeperkingen, slaapproblemen en psychische klachten. Hij heeft medische stukken overgelegd, waaronder rapporten van huisartsen, een reumatoloog en een revalidatie-arts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts van het UWV. De functionele beperkingen zijn adequaat in acht genomen en de geselecteerde functies zijn passend. Er is geen noodzaak tot het benoemen van een medisch deskundige.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.