ECLI:NL:CRVB:2013:CA0097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.S. van der Kolk
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij inkomenseis WIA
Appellante ontving van juni 2008 tot augustus 2010 een loongerelateerde uitkering (LGU) op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde in juni 2010 haar arbeidsongeschiktheid vast op 46,64%, waarna bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Tijdens het hoger beroep werd vastgesteld dat appellante per maart 2012 opnieuw voor 100% arbeidsongeschikt werd geacht, waardoor haar loonaanvullingsuitkering (LAU) ongewijzigd bleef. De Raad onderzocht ambtshalve het procesbelang en oordeelde dat appellante geen procesbelang meer had omdat zij geen inkomenseis hoefde te voldoen op grond van artikel 60, derde lid, Wet WIA.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie dat bij een verdienvermogen van minder dan 20% gedurende ten minste twee maanden tijdens de LGU geen inkomenseis geldt en dat deze eis pas 24 maanden na herstel van een verdienvermogen boven 20% gaat gelden. Omdat appellante binnen deze periode opnieuw 100% arbeidsongeschikt werd verklaard, verviel haar procesbelang.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en werd geen inhoudelijke beoordeling gegeven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door het vervallen van de inkomenseis op grond van artikel 60, derde lid, Wet WIA.