ECLI:NL:CRVB:2013:CA0177

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12-5917 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek

Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn Ziektewetuitkering door het UWV, omdat hij meende dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten. Het UWV had op 2 augustus 2012 besloten de uitkering met ingang van 20 juni 2011 te beëindigen, omdat appellant weer geschikt zou zijn voor werk als inpakker voor 20 uur per week.

De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek van het UWV voldoende zorgvuldig en gemotiveerd was. Er was geen reden om een psychiater of psycholoog als deskundige in te schakelen, mede omdat appellant zich niet onder behandeling had gesteld bij dergelijke specialisten.

In hoger beroep voerde appellant aan dat het besluit onzorgvuldig was en zijn klachten onvoldoende waren meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was uitgevoerd en dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts alle klachten afdoende behandelde. Er was geen aanleiding om het oordeel over de belastbaarheid van appellant op 20 juni 2011 te herzien of een medische deskundige te raadplegen.

De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De intrekking van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd vanwege voldoende zorgvuldig en inzichtelijk gemotiveerd medisch onderzoek.

Uitspraak

12/5917 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van
26 september 2012, 11/1004 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 15 mei 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft [naam gemachtigde] hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2013. De zaak is gevoegd behandeld met de zaken 12/5915 WIA en 13/63 ZW. Appellant is verschenen, bijgestaan door [naam gemachtigde]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Ruis. In de gevoegde zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
OVERWEGINGEN
1.1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.2. Bij besluit van 2 augustus 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv na bezwaar zijn beslissing tot intrekking van de uitkering van appellant op grond van de Ziektewet met ingang van 20 juni 2011 gehandhaafd. Het Uwv neemt daarbij het standpunt in dat appellant weer geschikt is zijn werkzaamheden als inpakker bij de [naam werkgever] voor 20 uur per week te verrichten.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank acht het onderzoek van het Uwv voldoende zorgvuldig geweest. Het Uwv heeft zich op basis van dit onderzoek op het standpunt kunnen stellen dat appellant op 20 juni 2011 weer in zijn werk in [naam werkgever]-verband kon hervatten. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten in het dossier aangetroffen die reden geven om een psychiater of een psycholoog als deskundige in te schakelen, te meer niet nu appellant zich niet onder behandeling heeft gesteld van een psychiater of psycholoog. Ook het feit dat de WSW-indicatie van appellant is ingetrokken, kan de rechtbank niet tot een ander oordeel leiden.
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming en dat onvoldoende rekening is gehouden met de bij hem bestaande klachten.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Voor het wettelijk kader verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
4.2. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het medisch onderzoek dat ten grondslag is gelegd aan het bestreden besluit voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en inzichtelijk is gemotiveerd. Uit het rapport van de bezwaarverzekeringsarts blijkt dat deze arts appellant heeft gezien op het spreekuur en hij de beschikking had over de dossiergegevens van appellant. Ook blijkt uit dat rapport dat aan alle uiteenlopende klachten van appellant voldoende aandacht is gegeven en voldoende is gemotiveerd waarom er geen reden is om af te wijken van het primair medisch oordeel. De stukken die appellant in hoger beroep heeft overgelegd noch hetgeen namens hem ter zitting is aangevoerd hebben aannemelijk gemaakt dat er aanleiding is om te oordelen dat de voor appellant op de datum hier in geding, 20 juni 2011, geldende belastbaarheid niet op juiste waarde is geschat. Uit het voorgaande volgt dat ook de Raad geen aanleiding ziet voor het raadplegen van een medische deskundige.
4.3. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013.
(getekend) C.P.J. Goorden
(getekend) H.J. Dekker
NW