ECLI:NL:CRVB:2013:CA0178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op WGA-uitkering met vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij recht heeft op een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 41,84% en geschikt is voor passende werkzaamheden van zes uur per dag.
De rechtbank Almelo verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weerspiegeling van de beperkingen van appellant geeft. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en dat zijn arbeidsongeschiktheid hoger zou moeten zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch onderzoek en de FML juist en zorgvuldig waren en dat de aangevoerde nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde het oordeel dat de functies die appellant kan vervullen medisch geschikt zijn en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op een WGA-uitkering met 41,84% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.