ECLI:NL:CRVB:2013:CA0188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid op 17-jarige leeftijd
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van vermeende arbeidsongeschiktheid rond haar zeventiende levensjaar. Het UWV heeft deze aanvraag afgewezen na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die concludeerden dat appellante toen niet arbeidsongeschikt was. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen zijn voor arbeidsongeschiktheid op de relevante datum.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door de staat verantwoordelijk wordt gehouden voor haar trauma en dat zij vanwege humanitaire redenen alsnog recht zou moeten hebben op een Wajong-uitkering. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat de beoordeling op basis van de destijds geldende Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) correct is uitgevoerd. De Raad acht het medisch bewijs overtuigend en wijst het beroep af.
De Raad benadrukt dat latere beperkingen in functioneren buiten het bereik van de Wajong-beoordeling vallen en dat het nadeel van een late aanvraag voor rekening van appellante komt. Er is geen aanleiding om het bestreden besluit te herzien of een deskundige te benoemen. De uitspraak bevestigt daarmee de afwijzing van de Wajong-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.