ECLI:NL:CRVB:2013:CA0194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van weigering en ingangsdatum Wajong-uitkering bij late aanvraag
Appellant diende op 31 december 2009 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het UWV weigerde aanvankelijk een beslissing te nemen vanwege het niet verschijnen bij een medisch onderzoek. Appellant maakte bezwaar en vroeg vergoeding wegens te late beslissing, welke werd afgewezen omdat de melding te laat was ingediend.
Later trok het UWV het besluit in en kende alsnog een Wajong-uitkering toe met terugwerkende kracht per 31 december 2008, maar verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond omdat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, Wajong.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering van vergoeding ongegrond en verklaarde het beroep tegen de toekenning van de uitkering niet-ontvankelijk. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerste uitspraak en vernietigde de tweede, oordeelde dat het UWV terecht geen vergoeding gaf en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door medische omstandigheden niet eerder een aanvraag kon doen.
De Raad concludeert dat appellant redelijkerwijs niet in verzuimvrijstelling kan worden toegerekend en dat het beroep ongegrond is. Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding afgewezen.