ECLI:NL:CRVB:2013:CA0288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit afwijzing bijstand over periode maart-april 2009
De Centrale Raad van Beroep behandelt het hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om bijstand over drie perioden, met name de periode van 17 maart tot en met 27 april 2009 (periode 3).
In eerdere uitspraken was vastgesteld dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar de feitelijke woon- en leefsituatie van appellant in deze periode. Het college had volstaan met verwijzingen naar eerdere onderzoeken en stelde dat een huisbezoek niet meer mogelijk of zinledig was, terwijl dit verplicht was om de situatie adequaat te beoordelen.
Appellant had op verzoek van het college bankafschriften overgelegd, maar het college kon niet aantonen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde of niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Gezien het tijdsverloop en de korte periode in geschil, besloot de Raad zelf voor te voorzien en bepaalde dat appellant recht heeft op bijstand over deze periode volgens de toepasselijke norm.
De Raad vernietigde de eerdere besluiten voor zover zij betrekking hadden op deze periode, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het college in de proceskosten en de griffierechten van appellant.
Uitkomst: Appellant krijgt bijstand over de periode 17 maart tot en met 27 april 2009 en het college wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.