ECLI:NL:CRVB:2013:CA0292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster in de tuinbouw, meldde zich ziek met buikpijnklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werd zij vanaf 16 mei 2011 als geschikt voor haar werk beschouwd, waarna het UWV het ziekengeld beëindigde.
Appellante voerde aan dat onvoldoende objectieve informatie over haar functiebelasting was gebruikt en dat medische beperkingen, waaronder schouderklachten, onvoldoende waren meegewogen. Zij overhandigde aanvullend medisch rapport van een verzekeringsarts en psycholoog.
De Raad oordeelt dat de verzekeringsartsen beschikten over voldoende informatie over de aard en zwaarte van het werk, waaronder een door appellante ingevulde vragenlijst. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en hield rekening met alle klachten. De aanvullende medische stukken boden geen nieuwe inzichten die het eerdere oordeel konden weerleggen.
De Raad acht de motivering van het UWV overtuigend en bevestigt het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 16 mei 2011. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellante is per 16 mei 2011 terecht beëindigd.