ECLI:NL:CRVB:2013:CA0297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 15 september 2010, waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Het bezwaar van appellante werd eerder ongegrond verklaard door het UWV. De rechtbank 's-Gravenhage heeft het beroep van appellante eveneens ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het UWV ten onrechte een beroep heeft gedaan op artikel 46a van de Wet WIA en dat haar beperkingen onvoldoende zijn meegewogen bij de beoordeling van haar arbeidsmogelijkheden. De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat artikel 46a niet van toepassing is omdat appellante heeft meegewerkt aan het medisch onderzoek. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) rekening houdt met forse beperkingen, waaronder een maximale werktijd van vier uur per dag.
Daarnaast is er geen twijfel aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies en is het oordeel van de rechtbank dat appellante arbeid kan verrichten ondanks haar beperkingen juist. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek.