ECLI:NL:CRVB:2013:CA0453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen uitkeringsspecificatie UWV
Appellant maakte bezwaar tegen een specificatie van de arbeidsongeschiktheidsuitkering die het UWV hem had toegezonden. De bezwaarafdeling van het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de specificatie geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat een uitkeringsspecificatie geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dus niet als besluit kan worden aangemerkt.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat de hoogte van de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld en dat er onterecht van een hoorzitting was afgezien. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat het schrijven van het UWV geen besluit is. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, kon de Raad niet inhoudelijk op de geschilpunten ingaan.
De Raad wees ook op artikel 7:3, sub a, Awb, dat het bestuursorgaan de mogelijkheid biedt om bij kennelijke niet-ontvankelijkheid van het bezwaar af te zien van een hoorzitting. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de uitkeringsspecificatie is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt afgewezen.