ECLI:NL:CRVB:2013:CA0456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks urologische klachten en huisstofmijtallergie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om haar per 15 december 2010 in aanmerking te brengen voor een WIA-uitkering, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling juist was en dat de beperkingen, waaronder frequent toiletbezoek, voldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ook het arbeidskundig oordeel dat appellante geschikt is voor geduide functies werd bevestigd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij vanwege urologische problemen elke 30 minuten naar het toilet moet en dat haar huisstofmijtallergie haar belemmerde in het vervullen van functies, met verwijzing naar een andere casus. Tijdens de zitting gaf een uroloog nadere toelichting op de klachten en de psychische impact daarvan.
De Raad overwoog dat er geen nieuwe medische feiten waren die tot een ander oordeel konden leiden. De FML hield al rekening met het frequent toiletbezoek. De huisstofmijtallergie vormt geen belemmering voor de functies, zoals uitvoerig gemotiveerd door arbeidsdeskundigen. Het vergelijk met een andere persoon was niet relevant vanwege verschillen in situatie en tijdstip.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het eerdere oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de medische en arbeidskundige beoordeling juist is.