ECLI:NL:CRVB:2013:CA0503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering studiefinanciering wegens niet voldoen aan 3-uit-6-regel
Appellant verzocht studiefinanciering voor een bachelor- en masteropleiding in het buitenland. De Minister wees de aanvragen af omdat appellant niet voldeed aan de wettelijke 3-uit-6-regel, die vereist dat een student ten minste drie van de zes jaren voorafgaand aan inschrijving in Nederland heeft gewoond.
Appellant voerde aan dat hij door de woonplaatsfictie van artikel 2.2 Wet IB 2001 geacht moest worden in Nederland te wonen, omdat zijn vader in dienst was van de Nederlandse Staat. Tevens stelde hij dat de 3-uit-6-regel in strijd was met Europees recht, met name artikel 45 VWEU Pro en Verordening 1612/68.
De Raad oordeelde dat de woonplaatsfictie slechts gold tot 1 juli 2004, omdat de vader van appellant daarna niet meer in dienst was van de Nederlandse Staat. De situatie van appellant was niet vergelijkbaar met migrerende EU-werknemers, waardoor het Europese recht de 3-uit-6-regel niet buiten toepassing liet. De hardheidsclausule bood geen ruimte voor afwijking.
Daarom werd geconcludeerd dat appellant niet voldeed aan de 3-uit-6-woonvereiste en de weigering van studiefinanciering terecht was. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en de beroepen verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van studiefinanciering omdat appellant niet voldoet aan de 3-uit-6-regel.