ECLI:NL:CRVB:2013:CA0515

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12-4325 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening in zaak vrijwillige verzekering Algemene nabestaandenwet

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin het beroep tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen. De Svb had geweigerd verzoeker toe te laten tot de vrijwillige verzekering Algemene nabestaandenwet omdat de aanmeldingstermijn ruimschoots was overschreden.

De Raad overweegt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de uitspraak te betwisten. Het verzoek om herziening moet gebaseerd zijn op nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die, indien wel bekend, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

In deze zaak heeft verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 mei 2013. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting. De Svb werd vertegenwoordigd door J.Y. van den Berg. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

12/4325 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 maart 2012, 10/4011
Partijen:
[Verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 maart 2012.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van de Raad van 5 april 2013. Verzoeker is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
OVERWEGINGEN
1.1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt gevraagd, gepubliceerd onder
LJN BV7617, heeft de Raad de uitspraak van 17 juni 2010, 09/5674, van de rechtbank Amsterdam bevestigd. De Raad heeft daartoe overwogen dat de rechtbank terecht het beroep tegen het bestreden besluit van 28 oktober 2009 ongegrond heeft verklaard, aangezien de Svb terecht heeft geweigerd verzoeker tot de vrijwillige verzekering Algemene nabestaandenwet toe te laten aangezien de termijn voor aanmelding ruimschoots was overschreden.
2. Verzoeker heeft in zijn verzoek om herziening aangevoerd dat hij wil deelnemen aan de vrijwillige verzekering Algemene nabestaandenwet.
3. Het is vaste rechtspraak van de Raad (bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van
3 oktober 2003, LJN AN7982) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, naar voren heeft gebracht.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2013.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) D. Heeremans
QH
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence D. Heeremans en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 17 mai 2013.