ECLI:NL:CRVB:2013:CA0519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- E.J. Govaers
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen de verlaging van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 55 tot 65% na een eerdere verlaging van 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging met het argument dat haar beperkingen werden onderschat en de geselecteerde voorbeeldfuncties niet geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deugdelijk was, en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die het oordeel konden ondermijnen. Wel constateerde de Raad dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was omdat de belasting van de functies telefoniste en verkoper te ver werd gerelativeerd en niet realistisch werd gemotiveerd.
De Raad stelde vast dat minder dan drie functies een juiste schatting konden dragen, waardoor het bestreden besluit een onvoldoende arbeidskundige grondslag had. Omdat één functie wel geschikt was, beperkte het resterende geschil zich tot de arbeidskundige onderbouwing. De Raad droeg het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen of te heroverwegen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het gebrek in de arbeidskundige grondslag van het besluit te herstellen.