ECLI:NL:CRVB:2013:CA0520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering meerinkomen studiefinanciering ondanks bijzondere zorgsituatie
Appellant ontving in 2008 studiefinanciering en had daarnaast inkomsten uit arbeid die de bijverdiengrens overschreden. De minister legde een vordering wegens meerinkomen op, die door de rechtbank en vervolgens door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd. Appellant voerde aan dat zijn bijzondere situatie, waarbij hij zorg droeg voor een pleegkind, het onmogelijk maakte om de studiefinanciering te stoppen of het bijverdienen te staken, en verzocht toepassing van de hardheidsclausule.
De Raad overwoog dat de wettelijke regeling en jurisprudentie slechts in zeer bijzondere omstandigheden toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen, namelijk wanneer het fysiek onmogelijk is om de bijverdiensten te staken of het studiefinancieringstijdvak in te korten. Dit was in het onderhavige geval niet gebleken. De bijzondere zorgsituatie van appellant vormde geen grond voor afwijking van de regel dat toetsingsinkomen bepalend is voor de vordering.
Verder wees de Raad erop dat studerenden die een kind verzorgen de mogelijkheid hebben een toeslag aan te vragen, maar appellant voldeed niet aan de voorwaarden daarvoor. Toepassing van de hardheidsclausule om appellant in een vergelijkbare financiële positie te brengen als die studerenden zou in strijd zijn met de wettelijke bedoeling. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de vordering gehandhaafd.
Uitkomst: De vordering wegens meerinkomen wordt gehandhaafd; toepassing van de hardheidsclausule wordt geweigerd.