ECLI:NL:CRVB:2013:CA0547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding AOW-pensioen
Appellante ontving een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin werd meegedeeld dat zij vanaf april 2011 recht had op een AOW-pensioen met een korting wegens niet-verzekerde jaren. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. Appellante stelde beroep in, maar de rechtbank verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
In hoger beroep betoogde appellante dat het besluit niet aangetekend was verzonden en dat de postbezorging op haar adres in Duitsland problematisch was, waardoor zij het beroepschrift tijdig had ingediend. De Raad stelde vast dat het besluit wel degelijk op 4 maart 2011 was verzonden en op 15 maart 2011 door appellante was ontvangen. De beroepstermijn van zes weken begon derhalve op 5 maart 2011 te lopen.
Het beroepschrift was gedateerd 15 april 2011 maar pas op 25 april 2011 afgestempeld en op 27 april 2011 ontvangen, waardoor het te laat was ingediend. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de termijnoverschrijding niet aan haar was toe te rekenen. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is.
De Raad wees een vergoeding van proceskosten af en deed uitspraak in het openbaar op 17 mei 2013.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.