ECLI:NL:CRVB:2013:CA0553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet nakomen inlichtingenplicht over woonsituatie
Appellante ontving vanaf 9 juli 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en stond ingeschreven op een adres in de gemeente Zwartewaterland. Naar aanleiding van een melding dat zij buiten de gemeente verbleef, startte het college een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie. Dit onderzoek, inclusief huisbezoeken en het horen van een huisgenote, leidde tot het besluit om de bijstand met ingang van 1 april 2010 in te trekken omdat appellante niet meer in de gemeente woonde.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat onvoldoende was vastgesteld dat appellante vanaf die datum niet meer woonde in de gemeente. Wel oordeelde de rechtbank dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door geen juiste informatie te verstrekken over haar woonsituatie, en trok daarom de bijstand met ingang van 10 april 2010 in.
In hoger beroep stelde appellante dat zij het college tijdig had geïnformeerd over haar woonsituatie. De Raad concludeerde echter dat uit de stukken niet bleek dat zij tijdig had gemeld dat zij geen toegang meer had tot haar woning en dat zij geen concrete, verifieerbare gegevens had verstrekt over haar verblijfplaatsen. Hierdoor was zij tekortgeschoten in haar inlichtingenplicht, en was het besluit tot intrekking van de bijstand vanaf 10 april 2010 terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 10 april 2010 wordt bevestigd wegens niet nakomen van de inlichtingenplicht over de woonsituatie.