ECLI:NL:CRVB:2013:CA0760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens niet-zwangerschapsgerelateerde arbeidsongeschiktheid
Appellante viel op 25 oktober 2010 uit wegens zwangerschapsklachten en beviel op 12 februari 2011 van een zoon. Na afloop van haar uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet, meldde zij zich op 6 juni 2011 ziek en kreeg zij een Ziektewetuitkering toegekend. Het Uwv stelde bij besluit van 4 juli 2011 vast dat haar arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit zwangerschap of bevalling, een standpunt dat bij bezwaar op 5 augustus 2011 werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef het oordeel dat haar psychische klachten niet uitsluitend het gevolg waren van zwangerschap of bevalling, maar een normale reactie op het overlijden van haar zoontje en andere spanningen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek van het Uwv onvoldoende zorgvuldig was en haar klachten ernstiger dan aangenomen.
De Raad oordeelt dat het Uwv over voldoende gegevens beschikte en het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De medische informatie die appellante inbracht bevestigt de conclusies van het Uwv. Er is geen verband tussen haar arbeidsongeschiktheid en zwangerschap of bevalling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid niet door zwangerschap of bevalling is veroorzaakt en wijst het beroep af.