ECLI:NL:CRVB:2013:CA0788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid wegens onvoldoende motivering gezichtsvermogen
Appellant betwistte het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35% per 21 januari 2008, na eerdere vaststelling van 80 tot 100%. De Raad oordeelde in een tussenuitspraak dat de bezwaren over been-, blaas- en stoelgangklachten niet slaagden en dat een urenbeperking wegens psychische klachten niet aannemelijk was. Wel werd geoordeeld dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de impact van het verminderde gezichtsvermogen van appellant.
Ter uitvoering van deze tussenuitspraak stelde het UWV nadere vragen aan de oogarts, die deze beantwoordde. De bezwaarverzekeringsarts bracht daarop aanvullende rapporten uit waarin werd geconcludeerd dat er geen aanleiding was voor een beperking vanwege het gezichtsvermogen. Appellant voerde aan dat het UWV onjuist had gehandeld en dat zijn visusklachten wel degelijk een beperking vormden.
De Raad stelde vast dat het UWV aan de opdracht had voldaan door nadere informatie in te winnen en deze mee te nemen in de beoordeling. Er waren geen aanwijzingen dat appellant op de datum in geding daadwerkelijk beperkt was in zijn gezichtsvermogen. De Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege eerdere motiveringsgebreken, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Omdat het UWV het besluit pas in hoger beroep deugdelijk had gemotiveerd, werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant. De Raad bevestigde verder de eerdere proceskostenveroordeling door de rechtbank.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, rechtsgevolgen blijven in stand, UWV veroordeeld in proceskosten.