ECLI:NL:CRVB:2013:CA0910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak rechtbank en wijst zaak terug in WW-uitkeringsgeschil
Appellant ontving vanaf 2 maart 2009 een WW-uitkering die het UWV op 13 januari 2011 introk vanwege vermeende zelfstandige werkzaamheden zonder melding. Op 20 januari 2011 volgde een tweede besluit waarin het UWV de uitkering introk en een bedrag van €31.925,40 terugvorderde. Appellant diende bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging.
Appellant stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en overhandigde een machtiging gedateerd 14 oktober 2010. Tijdens het beroep nam het UWV een gewijzigd besluit (bestreden besluit 2) waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit tweede besluit niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden tegen het eerste besluit mede geacht moeten worden gericht tegen het tweede besluit, waardoor geen sprake is van een verzuim zoals bedoeld in artikel 6:5 Awb Pro. De rechtbank had dit niet onderkend en de uitspraak wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling, waarbij ook het beroep tegen het eerste besluit moet worden beoordeeld. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.