ECLI:NL:CRVB:2013:CA0959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- T. Hoogenboom
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over voortzetting WAO-uitkering na psychiatrisch deskundigenoordeel
Appellant ontving een WAO-uitkering die het UWV ongewijzigd voortzette op grond van het ontbreken van een periode van vier weken met toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds mei 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en volgde slechts gedeeltelijk het oordeel van de door haar ingeschakelde deskundige, psychiater Hoencamp. De rechtbank vond dat Hoencamp onvoldoende medische onderbouwing had voor een periode van toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf juni 2008.
In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte niet het volledige deskundigenoordeel heeft gevolgd. De Raad voor de Rechtspraak oordeelt dat het onderzoek van Hoencamp zorgvuldig en volledig was, inclusief anamnese, psychiatrisch onderzoek en beoordeling van medische dossiers. Het verschil van inzicht tussen psychiaters vormt geen bijzondere omstandigheid om van het deskundigenoordeel af te wijken.
De Raad draagt het UWV op het besluit te herstellen en de conclusies van Hoencamp als uitgangspunt te nemen. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en moet worden aangepast binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over voortzetting van de WAO-uitkering te herstellen op basis van het deskundigenrapport van psychiater Hoencamp.