ECLI:NL:CRVB:2013:CA1129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Europese regels geven recht op studiefinanciering aan kind van migrerende werknemer
Betrokkene, geboren in Letland en dochter van een moeder die sinds 2005 in Nederland woont en werkt, vroeg studiefinanciering aan in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat betrokkene niet voldeed aan het nationaliteitsvereiste van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) en niet gelijkgesteld kon worden met een Nederlander op grond van Unierecht.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat de moeder van betrokkene de status van migrerend werknemer behield ondanks het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit en het afstand doen van de Letse nationaliteit. De minister ging in hoger beroep, maar veranderde zijn standpunt niet fundamenteel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de moeder van betrokkene haar rechten als migrerend werknemer niet had verloren. De Raad vond het bestreden besluit strijdig met het Unierecht en de Wsf 2000. De minister wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de Europese regelgeving en de situatie van betrokkene.
Uitkomst: De minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen dat rekening houdt met het Unierecht en het recht op studiefinanciering van betrokkene bevestigt.