ECLI:NL:CRVB:2013:CA1174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op loongerelateerde WGA-uitkering ondanks clusterhoofdpijn
Appellant viel uit als bedrijfsleider door clusterhoofdpijn en kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend door het UWV. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar ongegrond verklaard, maar de rechtbank vernietigde het besluit vanwege herziening van de arbeidskundige functies. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen door frequentie van aanvallen en medicatiegebruik onvoldoende waren meegewogen, en dat hij volledig arbeidsongeschikt was.
De Raad onderschreef het eerdere oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De Raad erkende de onvoorspelbaarheid van de aanvallen, maar concludeerde dat er ook klachtenvrije dagen zijn waarin normaal functioneren mogelijk is. Het gebruik van medicatie en zuurstofinhalatie maakt arbeid overdag mogelijk, en hulpmiddelen op de werkplek zijn praktisch uitvoerbaar.
De aanvullende medische rapporten van appellant boden onvoldoende aanleiding tot een ander oordeel, mede omdat zij niet betrekking hadden op de datum in geschil. De bezwaararbeidsdeskundige had bovendien overtuigend aangetoond dat de belasting in de geselecteerde functies binnen de vastgestelde beperkingen bleef. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant passend arbeid kan verrichten en wijst het hoger beroep af.