ECLI:NL:CRVB:2013:CA1194
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Bij verzet tegen deze beslissing overwoog de Raad dat appellant en zijn gemachtigde onvoldoende hadden gemotiveerd waarom het griffierecht niet was voldaan.
De gemachtigde van appellant voerde aan dat appellant dakloos was geraakt en daardoor problemen had met het betalen van het griffierecht. Desondanks had de gemachtigde niet binnen de gestelde termijn de Raad geïnformeerd over de betalingsproblemen. De Raad stelde appellant nogmaals in de gelegenheid het griffierecht te betalen, maar dit is niet gebeurd.
De Raad concludeerde dat het verzet ongegrond moest worden verklaard en wees het verzoek om toezending van het proces-verbaal af wegens gebrek aan belang. Er werden geen proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.