ECLI:NL:CRVB:2013:CA1198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep WWB-zaken
In deze bestuursrechtelijke zaak betreft het een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake een WWB-zaak. De Centrale Raad van Beroep had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante niet voldeed aan de procesvereisten.
Appellante heeft vervolgens verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad heeft ambtshalve onderzocht of het verzet ontvankelijk was. Uit de stukken blijkt dat appellante, ondanks een termijn van vier weken om de gronden van het verzet in te dienen, deze niet heeft aangevoerd. Ook na het verstrijken van de termijn zijn geen gronden ingediend.
De Raad concludeert dat er geen omstandigheden zijn die het niet indienen van de gronden kunnen rechtvaardigen. Daarom verklaart de Raad het verzet niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2013.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van verzetgronden binnen de gestelde termijn.