ECLI:NL:CRVB:2013:CA1202

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12-5639 WIA-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in hoger beroep WIA-uitkering

Appellant, een bijstandsontvanger met hoge schulden, betaalde het griffierecht van €115,- niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn. Hij stelde dat hij de eerste nota niet had ontvangen en verwachtte een herinnering na de aanmaning van 28 november 2012. De Raad oordeelde dat appellant verantwoordelijk is voor het niet tijdig lezen van de aanmaning en dat het op zijn weg lag om bij betalingsproblemen contact op te nemen met de Raad.

De Raad stelde vast dat het griffierecht niet was betaald en dat appellant niet binnen de termijn bezwaar had gemaakt. Hierdoor was het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het verzet tegen deze beslissing werd behandeld, waarbij appellant verscheen maar het UWV niet.

De Raad concludeerde dat de gevolgen van het niet tijdig betalen en het niet reageren op de aanmaning voor rekening van appellant komen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven op 24 mei 2013.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

12/5639 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 4 september 2012, 12/1518 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 24 mei 2013.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 25 januari 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 25 januari 2013 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 26 april 2013. Appellant is verschenen. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 25 januari 2013 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 28 november 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij een bijstandsuitkering ontvangt en daarnaast hoge schulden heeft. Appellant heeft het griffierecht niet tijdig betaald omdat hij niet de middelen had om het bedrag van € 115,- te voldoen. Appellant acht het niet redelijk dat het bedrag aan griffierecht bij de Raad veel hoger is dan het griffierecht dat hij heeft betaald voor het beroep bij de rechtbank.
Tijdens de behandeling ter zitting heeft appellant nog verklaard dat de eerste nota, van 24 oktober 2012, niet door hem is ontvangen. Na ontvangst van de brief van 28 november 2012 was hij in de veronderstelling dat hij nog een herinnering zou ontvangen. Het is appellant ontgaan dat de brief van 28 november 2012 een aanmaning is.
De Raad is van oordeel dat het op de weg van appellant had gelegen om zich binnen de in de brief van 28 november 2012 gestelde termijn tot de Raad te wenden indien hij betalingsproblemen ondervond. Dat heeft hij echter niet gedaan.
Met betrekking tot de mededeling van appellant dat hij in de veronderstelling was dat hij nog een herinnering zou ontvangen, merkt de Raad op dat in de brief 28 november 2012 duidelijk staat vermeld dat het een aanmaning betreft en dat appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk zal worden behandeld als hij het griffierecht niet op tijd betaalt. De gevolgen van het niet correct lezen van de aanmaning komen voor rekening van appellant.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
KR