ECLI:NL:CRVB:2013:CA1640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldige nalatigheid bij niet-betaling AOW-premies over 2002 en 2003
Appellante werd door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) geconfronteerd met openstaande schulden wegens niet betaalde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2002 en 2003. De Svb stelde dat appellante schuldig nalatig was in het betalen van de verschuldigde AOW-premies, waarbij schuldige nalatigheid voor 2002 op 100% en voor 2003 op 82% werd vastgesteld.
De rechtbank Amsterdam wees het beroep van appellante af en oordeelde dat zij de aanslagen niet had betaald en dat zij bezwaar bij de belastingdienst had moeten maken. Appellante voerde aan dat zij de aanslagen niet had ontvangen en dat het niet kunnen betwisten van de aanslagen in strijd was met het EVRM, maar dit werd verworpen.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Raad stelde vast dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat de aanslagen niet waren opgelegd en bekendgemaakt. Uit diverse verslagen en telefoongesprekken bleek juist dat de aanslagen waren opgelegd en dat appellante hiervan op de hoogte was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de totale duur van de procedure, inclusief de bezwaarfase en rechterlijke fase, niet de redelijke termijn overschreed, mede vanwege een door appellante verzocht opschortingsverzoek. Een verzoek tot proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schuldige nalatigheid van appellante wordt bevestigd.