ECLI:NL:CRVB:2013:CA1665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- T. Hoogenboom
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering na volledig en zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als activiteitenbegeleidster, viel uit op 17 maart 2008 wegens fysieke en psychische klachten. Het UWV beoordeelde haar arbeidsvermogen op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek en concludeerde dat zij meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen. Op 17 maart 2010 werd haar het recht op een WIA-uitkering ontzegd, en dit besluit werd op 6 oktober 2010 bevestigd na bezwaar.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat haar belastbaarheid onjuist was ingeschat, mede door hersenletsel uit 1996 en cognitieve problemen. Zij stelde zich ernstig beperkt in persoonlijk en sociaal functioneren en vroeg om een deskundige met kennis van niet-aangeboren hersenletsel.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek volledig en zorgvuldig was. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hadden het dossier uitgebreid bestudeerd en beperkingen vastgesteld in een Functionele Mogelijkheden Lijst. De door appellante ingebrachte medische verklaringen gaven geen aanleiding tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid.
De Raad wees het verzoek om een deskundige af en vond dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. De signaleringen van mogelijke overschrijdingen van belastbaarheid waren voldoende toegelicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering.