ECLI:NL:CRVB:2013:CA1683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toekenning proceskosten en rentevergoeding in WAO-zaak
In deze zaak stond het besluit van het UWV uit 11 juli 2011 ter discussie, waarbij appellante werd geconfronteerd met een korting op haar WAO-uitkering wegens vermeende inkomsten uit arbeid. De Raad stelde vast dat het besluit van 21 maart 2013, waarin het UWV het eerdere standpunt introk en het bezwaar alsnog gegrond verklaarde, volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Zutphen en oordeelde dat het hoger beroep van appellante slaagde. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de door appellante geleden renteschade als gevolg van het vernietigde besluit, alsmede tot betaling van de proceskosten in beroep en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht.
De Raad verwees voor de wijze van berekening van de wettelijke rente naar eerdere uitspraken en benadrukte dat het geding in hoger beroep zich niet uitstrekte tot het nieuwe besluit van 21 maart 2013. De uitspraak werd gedaan zonder nader onderzoek ter zitting, op basis van de ingediende stukken en de tussenuitspraak van 18 januari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt toegewezen, het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.