ECLI:NL:CRVB:2013:CA2029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering recht op inkomensvoorziening wegens niet-inschrijving in GBA bevestigd
Appellant ontving een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren. Het dagelijks bestuur schortte deze voorziening op 5 oktober 2011 op omdat appellant niet in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) van de gemeente Wijk bij Duurstede was ingeschreven. Appellant schreef zich op 7 oktober 2011 alsnog in, waarna de uitbetaling werd hervat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat de voorziening inmiddels was uitbetaald en appellant geen vergoeding van kosten had aangevraagd vóór de beslissing op bezwaar. Appellant stelde in hoger beroep dat hij tijdig een verzoek tot vergoeding had ingediend en dat het dagelijks bestuur ten onrechte de voorziening opschortte, omdat hij niet was ingeschreven in de GBA en er dus geen discrepantie was.
De Raad oordeelde dat appellant inderdaad tijdig om vergoeding van kosten had verzocht, maar dat het dagelijks bestuur terecht het bezwaar ongegrond had verklaard. Het niet-inschrijven in de GBA leidt tot een discrepantie met het feitelijke woonadres en rechtvaardigt de opschorting. Ook was er geen grond voor vergoeding van kosten. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het dagelijks bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de inkomensvoorziening wegens niet-inschrijving in de GBA wordt ongegrond verklaard.