ECLI:NL:CRVB:2013:CA2254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen van onherroepelijk besluit herplaatsing defensieambtenaar
Appellant was sinds 1985 in dienst bij het Ministerie van Defensie en werd in 2003 op zijn verzoek aangemerkt als herplaatsingskandidaat met recht op studiefaciliteiten en externe bemiddeling. In 2005 verleende de minister hem eervol ontslag, wat tot bezwaar en beroep leidde vanwege onvoldoende inspanningen voor externe herplaatsing. Na meerdere procedures en vernietigingen van besluiten handhaafde de minister in 2009 het oorspronkelijke besluit tot externe herplaatsing.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij in 2003 niet vrijwillig afstand had gedaan van interne herplaatsing, mede vanwege zijn chronische migraine en psychische druk, en overhandigde verklaringen ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat deze gronden geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden, aangezien appellant deze eerder had kunnen aanvoeren.
De Raad concludeerde dat de minister bevoegd was het verzoek tot terugkomen van het besluit af te wijzen en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om terug te komen op het onherroepelijke besluit van 8 mei 2003 wordt afgewezen.